Gezondheid

wanneer moet onze hond geënt worden

Het is van groot belang dat onze honden jaarlijks hun entingen krijgen, die ze beschermen tegen de meest voorkomende ziektes.

Hieronder een overzicht van de entingen:

Pup
Een pup wordt geënt op de leeftijd van 6, 9 en 12 weken. De eerste enting beschermt tegen Hondenziekte en Parvo (dood virus). De tweede opnieuw Parvo (ditmaal levend virus), Ziekte van Weil en Parainfluenza. Bij de laatste enting krijgt de pup een ‘volledige’ cocktail bestaande uit Hondenziekte, Parvo, Ziekte van Weil, Parainfluenza en Hepatitus.

Na een jaar start uw dierenarts met een onderstaand vaccinatieschema:

Hondenziekte - Om het jaar
Parvo - Om het jaar
Ziekte van Weil – Ieder jaar
Parainfluenza - Ieder jaar
Hepatitus - Om het jaar


In het paspoort wat bij uw hond hoort, worden de entingen bijgehouden door de dierenarts. Dit paspoort dient u dan ook altijd bij u te hebben als u voor een volgende vaccinatie gaat.

Rabiës (oftewel Hondsdolheid) is nodig als u uw hond meeneemt naar het buitenland.
Hierover kunt u uw dierenarts raadplegen voor de benodigde informatie.
De Rabiësenting heeft een geldigheidsduur van 3 jaar.

Een Kennelhoestenting is verstandig als uw hond verhoogd risico loopt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u de hond naar een pension brengt, tentoonstellingen of hondenschool bezoekt, of als de hond anderzijds regelmatig in aanraking komt met veel
honden. Ook hierover kunt u uw dierenarts raadplegen.

Een dierenarts kan overigens ook om gezondheidsredenen van een individuele hond afwijken van bovengenoemd entschema.

Overzicht genoemde ziektes:
Hondeziekte: (ziekte van Carré) is een virusziekte die honden van alle leeftijden kan aantasten met een snel verloop en sterfte, hier bestaat géén medicijn tegen. Verspreiding verloopt via urine, speeksel en ontlasting.
Parvo: een virusziekte die met heftig braken en stinkende diarree gepaard gaat en bij veel pups dodelijk verloopt. Verspreiding via de ontlasting. Het is een onderschatte ziekte waar géén medicijn tegen bestaat, alleen de symptomen worden bestreden met antibraak- en stopmiddelen
en om de vochtbalans op peil te houden is een infuus noodzakelijk.
Ziekte van Weil: (leptospirose) is een bacterieziekte met de meeste kans op besmetting in het voorjaar. Bij jongere honden kan de ziekte dodelijk verlopen. Verspreiding via urine van ratten en honden. (pas daarom op met het laten zwemmen in sloten en vieze poelen).
Kennelhoest: (para-influenzavirus/bordetella) het is een ziekte die door verschillende micro-organismen wordt veroorzaakt, besmetting vind meestal plaats daar waar veel honden bij elkaar zijn, (vandaar de naam) zoals in kennels, shows en in pension. Verspreiding gaat via de speeksel en uitademing. Symptoom van
kennelhoest is vaak hoesten met een braakneiging, alsof er iets in de keel zit bij de hond.
Leverziekte: (Hepatitis Contagiosa Canis) is een virusziekte die een leverontsteking veroorzaakt waar sommige honden licht ziek van worden maar ook helaas met dodelijke afloop. Verspreiding via alle uitscheidingsproducten.
Rabïes: (hondsdolheid) is een levensgevaarlijke virusziekte, ook voor mensen. Het virus komt met speeksel via een wondje in het lichaam en verspreidt zich langs zenuwbanen naar de hersenen waarna het dier uiteindelijk sterft. Verspreiding via speeksel (bijtwonden) van vossen, vleermuizen en andere dieren. Hondsdolheid komt bijna niet meer voor en is inenting hiertegen niet echt
noodzakelijk. Mocht u echter naar het buitenland gaan met de hond dan is deze enting wel verplicht, dat moet 30 dagen voordat u de grens overgaat.

 

parasieten, wat doen we eraan
"Parasieten zijn levende organismen die andere levende organismen, gastheren genoemd, nodig hebben om te overleven". Dat is de formele en wetenschappelijke definitie. In de praktijk houdt dit in dat parasieten continu trachten hun eigen plekje in de wereld te veroveren en vast te houden. En dat gastheren met de hulp van de afweermechanismen die zij tot hun beschikking hebben juist moeten proberen die parasieten kwijt te raken. In de loop van de evolutie hebben parasieten soms behoorlijk slimme trucjes ontwikkeld om te overleven. Zo lift de honden- en kattenlintworm Dipylidium in zijn levenscyclus grotendeels mee met de vlo: als een hond of kat een besmette vlo oplikt onder het motto "die zijn we mooi kwijt" krijgt hij of zij daar vervolgens gratis een lintworm bij.
En Plasmodium, de parasiet die bij de mens malaria veroorzaakt, maakt dankbaar gebruik van het bloeddorstige karakter van bepaalde muskietensoorten. Ook Dirofilaria immitis, de zgn. hartworm bij hond en kat, gebruikt bepaalde muskieten als tussengastheer.
Gelukkig heeft besmetting met een parasiet niet altijd ernstige gevolgen. Soms is de gastheer in staat zelf de parasiet op te ruimen, of ontstaat er een soort gewapende vrede. De parasiet blijft dan wel enige tijd in het
lichaam van de gastheer aanwezig maar wordt zodanig onder de duim gehouden dat er geen ziektesymptomen optreden. Als zo'n evenwichtssituatie echter verstoord raakt, bijv. omdat het afweersysteem van de gastheer minder goed werkt, kunnen er wel serieuze problemen optreden. Ook besmetting met grote aantallen parasieten (we spreken dan van een hoge "besmettingsdruk"), of met bepaalde meer gevaarlijke parasietensoorten kan het evenwicht verstoren.
Parasitaire ziekteverschijnselen kunnen rechtstreeks worden veroorzaakt door de parasiet zelf; we spreken dan van primaire symptomen. Maar ze kunnen ook samenhangen met bijkomende (ofwel secundaire) infecties door bijv. virussen, bacteriën of andere parasieten die hun kans grijpen
als de primaire infectie de weerstand van de gastheer heeft ondermijnd. Het is dus belangrijk uit oogpunt van preventieve diergezondheidszorg om onze huisdieren zo veel mogelijk vrij te houden van parasieten. Dat geldt in nog sterkere mate voor dieren die behoren tot bepaalde risicogroepen, zoals heel jonge of heel oude dieren, dieren onder stressomstandigheden of dieren die lijden aan chronische ziektes.
Maar ook uit oogpunt van volksgezondheid is parasietenbestrijding van belang. Veel van de parasitaire ziektes die bij onze honden en katten voorkomen behoren tot de zgn. zoönoses: ziektes die van dier op mens kunnen overgaan. Vooral spoelwormen kunnen
gevaar opleveren, met name voor kinderen.
We onderscheiden parasieten die uitwendig leven (de zgn. ectoparasieten), en parasieten die inwendig leven (de zgn. endoparasieten). De belangrijkste ectoparasieten bij onze huisdieren zijn vlooien, mijten, teken en luizen.
De belangrijkste endoparasieten zijn spoelwormen, haakwormen, zweepwormen, lintwormen en hartworm. Bestrijding van veel ecto- en endoparasieten is met de introductie van Stronghold® heel gemakkelijk geworden: een keer per maand in de nek druppelen is voldoende.

 

vlooien

De kattenvlo Ctenocephalides felis is wereldwijd verantwoordelijk voor meer dan 70% van alle vlooienbesmettingen, en voelt zich thuis op zeker 50 verschillende diersoorten, inclusief de mens. Ook bij de hond is deze vlo de belangrijkste ectoparasiet; de grotere hondenvlo Ctenocephalides canis komt in Nederland niet veel meer voor.

De belangrijkste symptomen zijn:

 

• Jeuk: als vlooien bijten om bloed te zuigen scheiden ze via hun speeksel bepaalde stoffen uit. Die zorgen bij alle dieren voor irritatie, en bij honden met een allergie voor deze stoffen kan dat zelfs levenslang tot hevige en hardnekkige huidontstekingen leiden (zie ook de aparte pagina op deze site die aan vlooienallergie is gewijd.)

• Bloedarmoede en weerstandsverlies: vooral heel jonge of oude honden, en dieren die al chronisch ziek zijn kunnen worden "leeggezogen" door volwassen vlooien, die op één dag tot 140% van hun eigen lichaamsgewicht aan bloed kunnen opnemen.

• Overdracht van andere ziektes: vlooien kunnen allerlei virussen, bacteriën, andere parasieten (lintworm) en zelfs ook huidschimmels ("ringworm") van dier op dier overbrengen.

 

De levenscyclus van de vlo kent vier stadia: vlo - eitje - larve - pop. Alleen volwassen vlooien leven op het dier, en zijn natuurlijk het meest zichtbaar. Zij vormen echter het topje van de ijsberg: slechts 5% van de hele levenscyclus bestaat uit volwassen vlooien op het dier. De overige 95% van het probleem wordt gevormd door de eitjes, larven en poppen in de leefomgeving! Een volwassen vrouwtjesvlo legt gemiddeld 27 eitjes per dag, en kan dat tot 100 dagen lang volhouden. Echt effectieve en structurele vlooienbestrijding bestaat dus niet alleen uit het gebruik van middelen die de volwassen vlo doden, maar moet juist ook middelen omvatten die op larven en eitjes werken: een geïntegreerde controle van de levenscyclus van de vlo.

 

De aanpak van vlooienallergie
In het voorjaar van 2000 heeft Pfizer een nieuw middel op de markt gebracht voor de aanpak van vlooienbesmettingen (en een groot aantal andere parasitaire infecties) bij honden en katten: Stronghold®. Het betreft een zeer veilig en makkelijk toe te dienen "spot-on" product dat slechts één maal per maand wordt aangebracht op de huid tussen de schouderbladen. Volwassen vlooien op de hond en de kat worden effectief gedood door selamectine, de werkzame stof in Stronghold®. Maar doordat selamectine ook werkzaam is tegen eitjes en larven die massaal aanwezig kunnen zijn in de leefomgeving van het dier, wordt de levenscyclus van de vlo op drie plaatsen tegelijk onderbroken.

 

Deze gecombineerde werking tegen volwassen vlooien, vlooieneieren en vlooienlarven ("geïntegreerde levenscycluscontrole") behandelt en voorkomt vlooienbesmettingen waardoor Stronghold® ook de unieke officiële registratie heeft dat het een belangrijke bijdrage levert aan de behandeling van honden en katten met vlooienallergie.

Deze dieren zijn overgevoelig voor bepaalde stoffen in het speeksel van de vlo, waardoor uitgebreide huidontstekingen kunnen optreden.

 

Herhaalde vlooienbeten prikkelen bij dieren met deze aanleg het immuunsysteem waardoor op een bepaald moment een drempel wordt overschreden. Vanaf dat moment zal elke volgende vlooienbeet tot een overmatige reactie leiden. Omdat een vlo zodra hij of zij een dier heeft besprongen vrijwel onmiddellijk (binnen enkele minuten) bijt om bloed te gaan zuigen, is het niet voldoende om bij deze patiënten volledig te vertrouwen op middelen die slechts de volwassen vlo op het dier doden. Dat vergt namelijk minstens enige uren, en dan is de overgevoeligheidsreactie door het bijten van de vlo al lang begonnen.

Het is dus niet mogelijk om een vlo die op de hond of kat is gesprongen zo snel dood te maken dat die vlo niet de tijd zou krijgen om te bijten: iedere vlo bijt!

De structurele aanpak door Stronghold® verdient dan ook de voorkeur: door effectief op drie verschillende plaatsen in te grijpen in de levenscyclus van de vlo ontstaan er geen nieuwe generaties vlooien meer en wordt de hond of kat niet meer geplaagd door nieuw aanbod van hongerige vlooien uit de omgeving.

 

spoelworm

Bij gemiddeld zo'n 9% van de honden in Nederland kunnen in de darm volwassen exemplaren worden gevonden van de hondenspoelworm, Toxocara canis. Bij pups, fokteven en honden die veel buiten zijn wat vaker, bij meer geïsoleerd levende huishonden wat minder dan gemiddeld. Een volwassen spoelworm produceert tot 200.000 eitjes per dag, die vervolgens vele jaren in de omgeving als besmettelijk eitje aanwezig kunnen blijven. Honden kunnen dus besmet raken vanuit de omgeving, zowel direct als via zgn. tussengastheren: regenwormen, kevers, muizen, kleine vogels etc. Pups worden zelfs al in de baarmoeder besmet door larven uit het lichaam van hun moeder. Ook de melk kan de besmettelijke larven bevatten. Later komen daar de infecties vanuit de leefomgeving bij.

 

Zowel de volwassen wormen in de darm, als de larven, die een uitgebreide trektocht door het lichaam maken, veroorzaken ziektesymptomen. Daarnaast is de hondenspoelworm, net als de kattenspoelworm, een zgn. zoönose: niet alleen dieren maar ook mensen kunnen makkelijk besmet raken door de eitjes in de omgeving. Dat resulteert weliswaar niet in de ontwikkeling van volwassen spoelwormen in de darm, maar de trektocht die de larven maken door het lichaam veroorzaakt vooral bij kinderen de nodige klachten. Bij kinderen met aanleg voor asthma bijvoorbeeld kunnen de asthmasymptomen worden opgewekt door deze larven.

Regelmatige en consequente ontworming is dus niet alleen van belang voor de hond, maar ook voor de volksgezondheid. Daarbij kan het volgende schema worden gehanteerd:

• Voor wat meer geïsoleerd levende honden is 2 keer per jaar ontwormen genoeg.

• Fokdieren en honden die veel buiten komen moeten minimaal 2x per jaar worden ontwormd, maar liever nog vaker.

• Pups moeten worden ontwormd op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd, en daarna iedere 2 maanden tot ze een half jaar oud zijn.

• Zogende moederdieren moeten tegelijk met hun pups worden ontwormd.

• Ontworming van drachtige dieren kan zinvol zijn; overleg met de dierenarts over de keuze van het juiste middel en tijdstip van toediening is daarbij belangrijk.

GEZONDHEID

ONDERWERPEN

 

Wanneer enten

`Onze` entingen

Parasieten

Vlooien

Vlooienallergie

Spoelworm

Schurftmijt

Buitenlandse ziekten

· Hartworm

· Leishmania

· Babesiosis

Met dank aan

Pfizer Animal Health B.V.

Deze informatie wordt u aangeboden met vriendelijke toestemming van
Pfizer Animal Health B.V.

Deze informatie wordt u aangeboden met vriendelijke toestemming van
Pfizer Animal Health B.V.

Vlooieneitjes en -faeces in tapijt             

Vlooienlarven en poppen in tapijt             

Kat met vlooienallergie            

Hond met vlooienallergie            

Spoelworm

Infectieus Spoelwormeitje      

Deze informatie wordt u aangeboden met vriendelijke toestemming van
Pfizer Animal Health B.V.

Ingekapselde larve in weefsel

Schurftmijten
Er zijn meerdere soorten schurftmijten bekend, die bij honden voor veel jeuk en irritatie kunnen zorgen. De belangrijkste is de mijt Sarcoptes scabiei, verantwoordelijk voor "gewone" hondenschurft ofwel scabiës. De levenscyclus van ca. 3 weken speelt zich geheel af op en in de huid van de hond, waarbij vooral de volwassen vrouwelijke mijten uitgebreid tunneltjes graven in de opperhuid. Dat heeft twee belangrijke gevolgen:
Ten eerste ontstaat door deze levenswijze van de mijten extreem veel jeuk. Honden met scabiës zijn dan ook de hele dag bezig met krabben en bijten. De verschijnselen beginnen vaak aan de oren, de kop of op
de huid aan de buitenzijde van de poten, maar kunnen zich makkelijk over het hele lichaam uitbreiden.
Ten tweede is het soms erg moeilijk om de mijten aan te tonen, zodat het stellen van de diagnose scabies wel eens voor problemen zorgt. Het kan dan ook gebeuren dat een dierenarts die de aanwezigheid van scabies vermoedt maar de diagnose niet kan bevestigen, kiest voor een zgn. diagnostische therapie. Gerichte behandeling van een verdachte hond met een veilig en volledig effectief middel als Stronghold® kan een verstandige en praktische benadering zijn waarmee achteraf zekerheid wordt verkregen over de diagnose.
Scabiës
is een zoönose (een ziekte die van dier op mens kan overgaan): in ca. 30% van de gevallen waarin een hond besmet is met de Sarcoptes-mijt zal een of meer van de huisgenoten ook last hebben van jeukende plekjes op de huid. Voor andere honden is de besmettelijkheid echter veel groter: vrijwel 100%. Gelukkig is, als de diagnose eenmaal gesteld is of vermoed wordt, het succespercentage van de behandeling door de dierenarts ook 100%.

Buitenlandse ziekten : hartworm

In Nederland zijn we vertrouwd met het regelmatig ontwormen van onze honden en katten. Besmetting met bijvoorbeeld spoelwormen in het maagdarmkanaal komt regelmatig voor en brengt niet alleen risico met zich mee voor de gezondheid van onze huisdieren maar ook voor de volksgezondheid. Er bestaan echter veel meer soorten wormen die als inwendige parasiet onze huisdieren het leven zuur kunnen maken, en die zijn niet alleen in het maagdarmkanaal te vinden. Zo bestaan er wormen die leven in de longen, de blaas of de lever. En zelfs hart en bloedvaten kennen hun eigen parasieten. De belangrijkste hartworm, die luistert naar de naam Dirofilaria immitis, zorgt daarbij in Europa voor steeds meer problemen.

Beneden de lijn Parijs - Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de zuideuropese landen volledig vrij van hartworm. Honden en katten raken, als ze worden gestoken door bepaalde muskietensoorten, besmet met de larfjes van deze hartworm. Dergelijke larfjes worden microfilariën genoemd. Binnen enkele maanden kunnen die larfjes uitgroeien tot volwassen wormen van meer dan 20 cm. lang, die verblijven in het hart of in
de longslagaders. Deze volwassen wormen produceren vervolgens niet alleen weer volop nieuwe larfjes, maar zorgen ook voor ernstige klachten. Er kunnen soms wel tientallen wormen aanwezig zijn, die bovendien jarenlang in leven blijven.

Wanneer met bepaalde middelen wordt geprobeerd die wormen te doden kunnen er gevaarlijke complicaties ontstaan. Wormen in het maagdarmkanaal kunnen veilig door medicamenten worden gedood: de dode wormen verteren en de restanten komen met de ontlasting naar buiten. Maar bij het doden van hartwormen kunnen restanten in de bloedbaan gaan circuleren en zorgen voor een levensbedreigende embolie: het vastlopen in kleinere bloedvaten waardoor de bloedvoorziening van bepaalde
weefsels blokkeert en er infarcten kunnen ontstaan. Daarom geldt hier nog sterker als anders het bekende gezegde: voorkómen is beter dan genezen.
In die gebieden waar met hartwormlarfjes besmette muskieten vóórkomen is het dan ook essentiëel om honden en katten preventief te behandelen. En omdat je nooit kunt voorkómen dat huisdieren worden gestoken door muskieten gebruikt men daarvoor dus middelen die er voor zorgen dat alle hartwormlarfjes die het lichaam binnenkomen meteen worden gedood, voor ze kunnen uitgroeien tot volwassen worm. Deze preventie is niet alleen belangrijk voor honden en katten die in besmette gebieden leven, maar ook voor
dieren die daar op vakantie met hun eigenaren naar toe gaan. En aangezien de besmetting vóórkomt in veel van de meest populaire vakantiegebieden is het bijzonder makkelijk dat dierenartsen in Nederland nu de beschikking hebben over een geregistreerd middel om honden en katten veilig en effectief te beschermen tegen infecties met hartworm. Voor eigenaren van huisdieren die mee gaan op vakantie is de daarvoor benodigde rabiesvaccinatie een prima moment om meteen aandacht te besteden aan hartwormpreventie.
Het middel, Stronghold® (werkzame stof selamectine), is een zgn. spot-on product dat op de huid wordt toegediend en bijzonder goed wordt verdragen. Bovendien
is het niet alleen werkzaam tegen de larfjes van de hartworm: het is ook een zeer effectief middel tegen o.a. vlooien en spoelwormen. Dus wanneer Stronghold® in de vakantie wordt ingezet om hartwormbesmetting te voorkómen, worden hond en kat tegelijkertijd ontwormd en vlovrij gehouden.

Buitenlandse ziekten : Leishmania
Een ziekte die hoofdzakelijk voorkomt in landen rondom de Middellandse Zee. Het wordt overgebracht door zandvliegjes van 1,5 – 3,5 mm groot. Eigenlijk spreken we meer van mugjes. De diertjes hebben een sterke voorkeur voor schemering en zijn actief nét na de zonsondergang.
Omdat ze zo klein zijn, zijn ze erg vatbaar voor wind. Daarom komen ze niet of nauwelijks voor in de omgeving van het strand.
Je vindt ze meer in heuvelachtige gebieden. Overdag schuilen ze in spleten en muren, holen van knaagdieren enz. en ’s avonds komen ze op kunstmatig licht af. Ze dringen met het grootste gemak gebouwen binnen
.
Het is, zoals zo vaak, alleen het vrouwtje dat steekt. Ze gaat op zoek naar warmbloedige dieren en heeft om onverklaarbare reden een sterke voorkeur voor honden.
De hond wordt meerdere malen geprikt rondom de neus en aan de binnenkant van het oor. Als de gestoken hond besmet is met de leishmaniaparasiet, krijgen deze de kans om zich te vermenigvuldigen in het darmkanaal van het zandvliegje, waarna ze omhoog komen tot in de bek van het vliegje. Ongeveer 15 dagen daarna kan het zandvliegje de ziekte zelf overbrengen.
De vrouwtjes zijn met name actief in de periode van voorjaar tot
in de herfst.

Voordat nu de hond symptomen gaat vertonen, kunnen er enkele maanden of zelfs jaren verstrijken.
Bij een groot deel van de honden is het mogelijk om vlak na de besmetting een inentingszweer waar te nemen (meestal op of rond de neus). Dit wondje vormt het begin van de besmetting en verschijnt ca. 3 maanden na de prik van het zandvliegje en ontwikkelt zich in zo’n 6 maanden tot de inentingszweer.

Er bestaan twee vormen van Leishmania de uitwendige en de inwendige

Bij de uitwendige vorm hopen besmette macrofagen (cellen die in staat zijn om resten van bijv. lichaamsvreemde cellen in zich op te nemen en vernietigen) zich op onder de huid. Hierdoor verstoort de doorbloeding en sterven huidcellen af. Dit is herkenbaar aan bulten, die uiteindelijk gaan zweren.
De inwendige vorm is lastiger. Het immuunsysteem van het lichaam heeft door dat er iets mis is. Omdat de leishmaniaparasiet zich ophoudt binnen de macrofagen, ontspoort het hele immuunsysteem. Dit leidt tot beschadiging van de nieren, de lever, rode bloedcellen en geeft ontstekingsreacties in het lichaam.

De meest herkenbare symptomen (er zijn er helaas vele):
- De hond vermagert sterk, ondanks dat hij of zij normaal eet en geen darmproblemen lijkt te hebben.
- De huid rondom de ogen kan sterk veranderen (wordt bijvoorbeeld kaal) en de oorranden zijn voorzien van zweren.
 - Vooral in chronische vorm krijgt de hond
last van gewrichten, gezwollen klieren (vooral te voelen in de knieholte) en neusbloedingen. Dit laatste is een teken van het laatste stadia van de ziekte en genezing is vanaf dat punt nog erg moeilijk.
- Wonden genezen niet of nauwelijks, maar blijven zweren
- Extreme nagelgroei
- De huid kan sterk schilferen of stug aanvoelen
- Verminderde werking van de nieren

Leishmania kan door middel van bloedtesten worden herkend. De geïnfecteerde dieren hebben een duidelijke vermindering van de T-cellenpopulatie (die hebben te maken met immuniteit) en een teveel aan B-cellen in de lymfeknopen.
Het testen heeft echter alleen zin als de
hond inderdaad ‘verdachte’ symptomen heeft. Preventief testen op Leishmania heeft eigenlijk geen zinZelfs als de test negatief uitwijst (oftewel aangeeft dat van Leishmania geen sprake zou zijn), geeft dit geen garantie.
                                                                                 
In principe kan een geïnfecteerde hond een leven lang besmet zijn, zonder dat de ziekte zich ooit openbaard. Dit hangt geheel af van het immuunsysteem. De parasiet is in staat zich in te kapselen in de organen (zoals milt, lever, beenmerg of lymfeklieren). Deze is als het ware slapende en op dat moment ook niet aantoonbaar, terwijl de hond het wel degelijk in zich heeft. Het kan maanden
tot jaren duren eer de hond ziek wordt áls het al uitbreekt.

Als Leishmania aangetoond is, zijn de meeste honden goed te behandelen. Uiteraard zijn er honden die overlijden aan deze ziekte (net als aan hartkwalen en kanker!).
De meeste dierenartsen in Nederland behandelen Leishmania met Alopurinol tabletten. Bij mensen wordt dit middel gebruikt bij jicht.
Het grote nadeel van een behandeling met álleen Alo is dat de parasieten slechts ingekapseld worden en níet gedood.

Toen één van onze eigen honden in 2003 positief getest werd op Leishmania heb ik onmiddellijk de behandelwijze van onze Spaanse dierenarts gevolgd:
We zijn meteen
begonnen met een kuur van (ten minste) 21 dagen Glucantime. Dit werd twee keer per dag door middel van injecties ingebracht.
Tegelijkertijd zijn we gestart met de Alopurinoltabletten. Deze kuur moet voor een periode van 6 maanden volgehouden worden.
Omdat beide middelen een behoorlijke aanslag plegen op zowel lever als nieren, is het belangrijk om vooraf te bepalen hoe de lever- en nierwaardes zijn.
Naast deze reguliere middelen heb ik, op aanraden van onze goede vriend, ter ondersteuning ook de nodige homeopatische middelen verstrekt om haar zoveel mogelijk te kunnen ondersteunen:
- Echinaforcedruppels voor de weerstand
- Multivitaminepreparaat als aanvulling
-
Solidagodruppels D6 om de nieren op peil te houden
- Lever-Vitael om de lever te ondersteunen
 
Deze behandelwijze bleek voor onze kleine Nina zeer succesvol, want binnen een paar weken waren de veranderingen zichtbaar en kon ze weer vrolijk in het rond rennen. Inmiddels zijn we drie jaar verder en nog steeds is ze klachtenvrij.

Er bestaan rondom de ziekte heel wat spookverhalen. Logisch, want het is geen alledaagse ziekte in ons landje en veel dierenartsen weten er nog geen raad mee.
In de afgelopen jaren hebben we een aantal dierenartsen advies kunnen geven.
Een veelgehoorde vraag is of de besmetting
ook voor mensen geld.
Hier hoeven we gelukkig niet bang voor te zijn. De ziekte is álleen overdraagbaar met tussenkomst van het zandvliegje en kan niet van hond op hond óf van hond op mens overgaan.

Mensen die hun hond meenemen naar één van de landen waar Leishmania voorkomt, kunnen we aanraden om vooraf bij de dierenarts een Scalibor band aan te schaffen. Deze houdt de zandvliegjes op gepaste afstand en is voor ruim 90% effectief.
Vertoont een hond onduidelijke symptomen, die niet terug te voeren zijn op herkenbare aandoeningen, ga dan eens na of het dier mee geweest is
naar het buitenland.
Mochten er vragen rijzen rondom dit onderwerp kunt u ons altijd contacten. Wij zijn dan wel leek, maar hebben intussen toch de nodige ervaring opgedaan met het fenomeen Leishmania en zullen te allen tijde proberen te helpen als dit binnen ons vermogen ligt.

 

Sonja Huisman,  Januari 2006

Buitenlandse ziekten : Babesiosis
Babesiosis is een infectieziekte, welke wordt overgedragen door teken. Deze teken zijn besmet met een microscopisch klein eencellig organisme, genaamd Babesia Canis.

Nadat een hond gebeten is door een met Babesia geïnfecteerde teek, raakt hij besmet.
Hier gaat gemiddeld 2 tot 3 dagen overheen na aanhechting.
De Babesia vermenigvuldigt zich vervolgens in de rode bloedlichaampjes, die hierdoor uiteindelijk kapot gaan. De incubatietijd (de tijd tussen de besmetting en de eerste ziekteverschijnselen) varieert van één tot drie weken, maar een periode van zes weken is ook denkbaar.

De hond wordt acuut ziek en krijgt hoge koorts, die kan oplopen tot rond de 41 graden.
Omdat er hemoglobine vrijkomt bij het afsterven van de rode bloedlichaampjes, kleurt de urine rood tot roodbruin.
Door het ontstaan van acute bloedarmoede, wordt de hond sloom en lusteloos en verliest zijn eetlust. De milt en lever raken vergroot en er ontstaat geelzucht (verkleuring van de huid, slijmvliezen en oogwit).
Het behoeft geen verdere uitleg dat de hond doodziek is en dat snelheid van handelen geboden is.
Een verzwakte hond is vatbaarder voor Babesiosis dan een gezond dier. Een hond, die meegenomen wordt naar
een vakantieland waar deze tekenziekte voorkomt, loopt een vergroot risico, omdat het dier geen afweerstoffen heeft opgebouwd.

De teek komt voor in: Frankrijk, Zwitserland, Italië, Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, Spanje, Zuid Duitsland en hij is ook al gesignaleerd in de Ardennen en Zeeland


De levenscyclus van de parasiet vindt deels in de teek en deels in de hond plaats. Een teek kan zichzelf besmetten na het bijten van een geïnfecteerde hond. Deze teek kan dan weer een andere hond besmetten.

Zichtbare symptomen zijn dus:
- Koorts (vaak zeer hoog)
- Bloed in de urine (door het vrijkomen van hemoglobine)
- Geelzucht (verkleuring van slijmvliezen in de mond, oogwit en buik)
- Bloedarmoede (sloom en lusteloosheid)
- Vergroting milt
- Indien chronisch, vermagering en verzwakking

De diagnose vindt plaats door middel van bloedonderzoek. Belangrijk hierbij is dat het bloed afkomstig is van een
groot bloedvat.
Bij de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht zijn testen beschikbaar (IFA en PCR).

De behandelwijze geschiedt door middel van een Imidocarb-injectie, die na 15 dagen herhaald moet worden.
Daarnaast is het heel raadzaam om te werken met Doxycycline (antibiotica), wat 2x daags gegeven moet worden (dosering afhankelijk van gewicht van de hond).
Toen wij drie jaar geleden zelf bij één van onze eigen honden in aanraking kwamen met deze ziekte, zijn we naast de reguliere medicijnen ook homeopathische middelen gaan gebruiken ter ondersteuning.
We gaven haar echinaforcedruppels voor de weerstand, Urticalcintabletjes, multivitamine en Lever-Vitael (omdat de lever het
zwaar te verduren heeft tijdens deze ziekte).
We hebben hier verrassende resultaten mee bereikt. Binnen een paar weken was ze heel erg opgeknapt.

Voorkomen is altijd beter dan genezen.
Als u de hond meeneemt met vakantie, zorg dan voor een goed werkende tekenband, een behandeling met Frontline of vraag bij uw dierenarts naar de mogelijkheden van een enting tegen Babesia Canis (Pirodog).
Vermijd daarnaast zoveel mogelijk de ‘tekenrijke’ gebieden, zoals dichte bossages, kreupelhout, hei enz.
Controleer ook regelmatig de hond op de aanwezigheid van teken. Verwijder deze zo snel mogelijk om besmetting te voorkomen.

Sonja Huisman,  Januari 2006

Kapotte oorrand

Wonden om ogen

Open wonden, slecht genezend

Nina net ziek

Nina een paar maanden later

Met dank aan onze goede vriend en dierenarts Joan Martí

Verspreidingsgebied

Leishman parasiet

Extreme nagelgroei

Hond met schurftmijt (scabiës)

Deze informatie wordt u aangeboden met vriendelijke toestemming van
Pfizer Animal Health B.V.

Deze informatie wordt u aangeboden met vriendelijke toestemming van
Pfizer Animal Health B.V.

Teek - Dermacentor Reticulaetus

Babesia in bloedcel

Verspreidingsgebied